Hoe zijn de regelingen om kosten te beperken tot stand gekomen?

Omdat er in de jaren negentig sprake was van een zeer gunstig beursklimaat en de overheid aantrekkelijke fiscale mogelijkheden bood, waren beleggingsverzekeringen aanvankelijk erg populair. Steeds meer mensen gingen, vaak op advies van een verzekeringsadviseur, maandelijks geld opzij zetten om zo te profiteren van de beursontwikkelingen. Het doel was een mooi eindkapitaal, gecombineerd met de zekerheid van een overlijdensrisicoverzekering. Toen in 2000 de beursrendementen begonnen te dalen, verloor de beleggingsverzekering echter zijn glans. Hierdoor kwam er in de jaren die volgden meer en meer aandacht voor de kosten die door de verzekeringsmaatschappijen in rekening werden gebracht.

Steeds meer partijen uitten kritiek op het gebrek aan transparantie, de hoogte van de kosten van beleggingsverzekeringen en op de beperkte voorlichting daarover aan de consument. Het consumenten tv-programma Radar lanceerde de term 'woekerpolissen'. Een begrip dat inmiddels algemeen bekend is. De Ombudsman Financiële Dienstverlening boog zich in 2008 over de kosten van beleggingsverzekeringen. Hij vergeleek deze met de kosten van andere producten voor vermogensopbouw, zoals beleggen via de bank. Hij vond dat de verzekeringmaatschappijen met terugwerkende kracht eigenlijk een kostenmaximum van jaarlijks 2,5% over de opgebouwde waarde van de polis moesten hanteren, gemeten als gemiddelde over de gehele looptijd. Tevens gaf hij aan een kostenniveau van jaarlijks meer dan 3,5% als te hoog te beschouwen. 

Schikkingen met verzekeraars
De maatschappijen lieten het niet op een lange juridische strijd aankomen. In 2008 en 2009 werden schikkingen getroffen tussen een aantal grote verzekeraars met de stichting Woekerpolis claim en de stichting Verliespolis. Andere verzekeraars, zoals De Goudse, troffen eigen regelingen die door de Ombudsman Financiële Dienstverlening als ten minste gelijkwaardig zijn vastgesteld. Essentie van de regelingen is dat bij alle vóór 1 januari 2008 afgesloten beleggingsverzekeringen, achteraf een maximum jaarlijks kostenpercentage wordt gehanteerd voor advies, administratie en beheer van de beleggingsportefeuille. Als een verzekeraar over de hele looptijd meer aan kosten heeft ingehouden, wordt het verschil aan de klant geretourneerd.

Uitgangspunten van de regelingen

  • Dat de kosten zouden worden uitgedrukt in een percentage van de opgebouwde waarde.
  • Dat de kosten met terugwerkende kracht de vergelijking met alternatieve manieren van vermogensopbouw, bijvoorbeeld bij een bank, zou kunnen doorstaan.
  • Dat de kosten gemiddeld genomen in een redelijke verhouding staan tot het werk dat ervoor wordt geleverd door adviseur, verzekeraar en beleggingsinstelling. En dat tegen een in die betreffende periode gangbaar tariefniveau.

De klant die meer kosten heeft betaald dan het maximum over de hele looptijd, ontvangt een tegemoetkoming. De hoogte van dat bedrag wordt dus ook bepaald aan het einde van de looptijd. Het terug te betalen bedrag wordt toegevoegd aan het opgebouwde vermogen dat wordt uitgekeerd.

De afspraken hebben uiteraard alleen consequenties voor verzekeringen waarbij op de einddatum blijkt dat in totaal meer kosten zijn berekend dan volgens het maximum was toegestaan. Als de berekende kosten lager blijken te zijn, dan zal er geen terugbetaling plaatsvinden. Dat is, blijkens een feitenonderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), bij ongeveer tweederde van de polissen het geval.

In de regelingen is ook afgesproken dat de verzekeraars nog een extra tegemoetkoming betalen in uitzonderlijke gevallen waarbij de verzekerde door omstandigheden met zijn beleggingsverzekering in de problemen is gekomen. De hoogte van de premie voor overlijdensrisicodekking is bij verzekeringen met een geïntegreerde risicoverzekering afhankelijk van de opgebouwde waarde. Bij overlijden vult de verzekeraar de opgebouwde waarde aan tot het afgesproken bedrag. Bij een waardestijging in de gekozen beleggingsfondsen is er daarom vaak minder risicopremie nodig voor het instandhouden van een afgesproken vast verzekerd bedrag. Bij een meerjarige waardedaling daarentegen, zal de opgebouwde waarde dalen. De premie voor de overlijdensrisicodekking blijft gelijk, of neemt zelfs toe tot een hoger bedrag dan de inleg. De waarde van de verzekering kan dan verminderen.

De Regeling geldt voor beleggingsverzekeringen die vóór 1 januari 2008 zijn afgesloten. Bij alle polissen die sindsdien zijn verkocht, heeft De Goudse nieuwe transparantie-richtlijnen (modellen De Ruiter) gevolgd. Daarbij krijgt de consument vóór het sluiten van de polis en tijdens de looptijd altijd een helder overzicht van de waardeopbouw van zijn verzekering en van alle kosten en premies die aan de beleggingsverzekering worden onttrokken.

Wilt u meer weten?
In Model 1 van het rapport van Commissie De Ruiter vindt u meer informatie over beleggingsverzekeringen. Dit model is bedoeld voor consumenten die zich oriënteren op het gebied van beleggingsproducten. Hierbij wordt verwezen naar specifieke productinformatie en de Financiële Bijsluiter.

Print deze pagina